Author Archives: oldhoffnetwork

Net werken

Beste mensen,

regelmatig krijg ik on- en off line positieve reacties op deze blog. Ik merk dat het thema leeft.
Positieve reacties van managers en leidinggevenden krijg ik meer off line. On line zijn de reacties meer van collega adviseurs, trainers, coaches. De on-line bijdragen zijn verspreid over diverse internetfora. Ik probeer die bijdragen zoveel mogelijk op een plek te krijgen en deze weblog is daarvoor prima geschikt.

Op die manier wil ik ervaringen en ideeën rond dit thema graag met elkaar in contact brengen.
Daarom wil ik de u lezers graag aanmoedigen om deze weblog bij anderen, leiding gevenden en HRMers onder de aandacht te brengen en ze aan te moedigen om hun steentje bij te dragen. Daarmee wordt de discussie/dialoog levendiger en zo ook de off line meeting in het najaar.

Ik ben me ervan bewust dat men soms, om goede redenen, geen sporen op het internet wil achterlaten. Daarom wil ik mensen ook graag in de gelegenheid stellen om hun ideeen en/of ervaringen bij te dragen via mijn E-mail adres info@oldhoffnetwork.nl
In die mail kan men aangeven of de reactie “for my eyes only” of voor anonieme publicatie op de blog bedoeld is.

Met vriendelijke groet,

Koos Oldhoff

24 June 2009
By on 09:43
De Vis van Covey

De vis van Covey

Omdat ik merk dat mijn vraag nog niet altijd direct goed begrepen wordt voeg ik ter verduidelijking de volgende metafoor toe. Dit is, t.b.v. de scherpte, wat gechargeerd en gebaseerd op mijn eigen ervaringen, er zullen ook andere zijn.

Stel de mens in de organisatie voor als een vis in een kom.

In mijn HR ervaring wordt HR nog teveel ingezet voor planning en controle van de medewerker. In de metafoor: Het begrenzen van de bewegingsvrijheid van de vis (organogrammen, functiebeschrijvingen). Het modificeren van de vis door de vinnetjes te trimmen (competentiemanagement, functie-eisen, functioneringsgesprekken). Het motiveren van de vis (salarissystemen, variabele beloning). En reanimeren van de vis (verzuimmanagement, reïntegratie, gezondheidsmanagement). Het verwijderen van de minder verse vis (outplacement, FLO, seniorenregelingen). Het zoeken naar verse vis (werving & selectie van vissen die in het aquarium passen). Zoals gezegd, ik vind HR nog steeds een prachtig vak maar het wordt m.i. nog te vaak, te beperkt ingezet.

In loopbaan- en mobiliteit management, outplacement en coaching doe ik veel met het vitaliseren van de vis. Ik ga met de vis na wat voor vis hij/zij eigenlijk is, wat hij/zij wil, kan, durft en tenslotte mag.

In het werken met teams en groepen help ik het besef te ontwikkelen dat het gedrag van een vis pas te begrijpen is als je je bewust bent van de school. Ik help de communicatie met de school te herstellen, de relaties te herstellen en de vis weer met de school te verbinden.

Mijn ervaring is echter dat de vis uiteindelijk met een groter besef van zijn/haar kunnen, willen, durven, zijn, relaties en verbondenheid weer in dezelfde kom met water terecht komt. Als dat water niet optimaal is, vindt de vis of de school geen resonantie in het water en/of de kom of heet water en de kom belemmeren om uit te oefenen wat de vis en/of de school heeft geleerd. Vis en/of
school schakelen vervolgens over op de
overlevingsmodus waarmee de kans
groot is dat het aangeleerde slijt.

In het model van Stephen Covey (en dan goedbedoeld maar stevig gechargeerd): we doen er alles aan om de cirkel van zorg voor mensen uit te breiden met allerlei planning & controle systemen. We halen de vissen (sorry mensen) die op hun kant liggen er regelmatig uit om hun cirkel van invloed te vergroten. Vervolgens plaatsen we die mensen, met hun vergrote cirkel van invloed, terug in dezelfde cirkel van zorg met de boodschap: “Accepteer wat je niet kunt veranderen.”

Mijn vraag is: wat kunnen HR en leidinggevenden nog beter doen om de behoefte aan zelfexpressie en verbondenheid in te bedden. Oftewel: “Wat kunnen we doen om de kwaliteit van het water en de verbinding met de school te verbeteren en onderhouden.”

Ik zie op diverse fora reacties van collega adviseurs.
Welke: leidinggevenden, lijn- en HR managers pakken dit stokje op?
http://oldhoffnetwork.web-log.nl/

Download de_vis_van_covey.pdf

17 June 2009
By on 14:44
Reacties en relaties

Inmiddels, een week na de start van deze BLOG, komen de reacties aardig op gang. Een aantal van die reacties wordt geplaatst bij fora waar ik deze dialoog heb uitgezet zoals groepen op LinkedIn. Ik wacht nog op toestemming van een aantal om die reacties naar deze Blog te kopiëren. Inmiddels wil ik wel al reageren op een aantal trends.

• Ik zie allen maar herkenning van dit thema hoewel de oorzaken en oplossingen variëren, zoals te verwachten. Ik licht er een paar typen reacties uit:
o Organisaties zouden beter moeten aansluiten bij de waarden en drijfveren van mensen.
o Een organisatie wordt gevormd door mensen. Daarom zouden medewerkers een grotere invloed op de resultaatgebieden en de manier van produceren (duurzaamheid) moeten hebben.
o Het verhaal is herkenbaar maar is het haalbaar? Zijn de kosten en baten wel in verhouding?
o Wat te doen met mensen die de werkgever vooral als geldbron zien en geen verantwoordelijkheid willen dragen?
o De werkgever zou meer kunnen ondersteunen in werk en prive, zorg, werktijden, werkdruk.

Allemaal ware en waardevolle reacties.

Mensen laten kiezen voor resultaten die er voor hun werkelijk toe doen en de taken zo verdelen dat drijfveren, waarden en kwaliteiten maximaal tot hun recht komen. Ondertussen rekening houdend met wat de inzetbaarheid van de medewerker beïnvloedt ook voorbij de organisatiegrenzen.

In mijn ervaring hoeft dat niet extra en misschien zelfs minder te kosten. De kosten ontstaan als de plannen en doelen niet stroken met de beleefde werkelijkheid en als mensen hun eigen invloed niet herkennen om het verschil tussen plan en werkelijkheid te overbruggen. Dat gaat te koste van het vertrouwen en dat blijkt inderdaad onder druk te staan in onze ondernemingen. En dat levert mensen op die organisaties alleen nog willen gebruiken voor hun inkomen.

Elke oplossing staat of valt echter met de kwaliteit van de relaties die met die oplossing werken. Een goede oplossing wordt in een slechte relatie een koud instrument, dat alleen maar weerstanden oproept en de slechte relatie bevestigt.

In mijn werk gebruik ik een aantal manieren om de kwaliteit van de relaties tussen mensen te ontwikkelen, elkaar te leren kennen en begrijpen, even in elkaars schoenen willen staan. Van elkaar vernemen hoe en waarom de ander de dingen ervaart zoals hij doet, heeft altijd invloed. De ontvanger wordt bijna altijd geraakt. De zender voelt zich gezien. Mensen worden weer even mensen voor elkaar en dat werkt bevrijdend ook al krijgt de zender niet altijd zijn zin, dat hoeft dan ook niet, mensen zijn over het algemeen realistisch genoeg. Na deze uitwisselingen loopt de besluitvorming altijd sneller.

Deze benadering pas ik toe waar mensen ook maar samenwerken; op organisatieniveau, op teamniveau en in één op één relaties. En dat kost niet meer dan oprechte aandacht voor elkaar. Een ontnuchterende ervaring en tegelijk mijn mooiste compliment kreeg ik na de begeleiding van twee medewerkers die bij de start van het traject niet goed met elkaar door een deur konden, na ca. drie gesprekken hadden ze een goed contact met elkaar. Bij de evaluatie van het traject vroeg ik wat mijn toegevoegde waarde was geweest. Ik hoopte er toch stiekem wel een beetje op dat ik een of andere slimme zet had gedaan of een opmerking had gemaakt die was blijven hangen. Het commentaar was echter snel geleverd: “Het verschil was dat we er de tijd voor namen, dat we het aangingen en dat je erbij was om ons op de relatie te concentreren.”

In mijn ervaring verbetert er al veel in organisaties als mensen af en toe eens de tijd nemen om dit proces aan te gaan. De kosten van die tijdsinvestering verdienen zich ruimschoots terug in werkplezier, sneller draagvlak voor beslissingen, snellere besluitvorming, meer commitment en minder weerstand tijdens de uitvoering.

Het is ook broos weet ik. Ook na deze positieve ervaringen gaan teams snel en resultaatgericht over tot de orde van de dag in de veronderstelling dat de aandacht voor de relatie belangrijk maar eenmalig was en dat dat verder zichzelf wel regelt. Relaties vallen echter onder de categorie: Belangrijk maar niet urgent wat in de praktijk betekent dat je het kunt uitstellen tot het te laat is.

Als signaleringsinstrument heb ik hiervoor een online relatiescan ontwikkeld die als alarmbel kan dienen voor de conditie van de interne relaties.

Ik ben benieuwd naar andere manieren om dit te borgen en ook naar hele andere invalshoeken.

3 June 2009
By on 14:20
De apenval

De apenval.

Er vinden op diverse sites en weblogs interessante discussies plaats over boeien, binden, retainment en motivatiestrategieën, diversiteit- en leeftijdsbewust personeelsbeleid. Veel discussies lijken onderhuids een “wij/zij” (organisaties, managers medewerkers) denken in zich te herbergen. Afhankelijk van waar je staat zijn wij dan “wij” of “zij” of zoals drs P. verwoordde: de kant waar wij nu niet zijn noemen wij de overkant die dan weer deze kant wordt als we daar zijn aangeland. Ik ben inmiddels tot de conclusie gekomen dat er geen “zij” is maar slechts “wij”. Laat me dat toelichten.

De landelijke (bedrijfs)ethiek wordt in de praktijk naar mijn idee nog steeds gedomineerd door waarden als: Sneller, groter, beter, doelen resultaten. Kortom de mens wordt voornamelijk economisch gedreven. Management, leidinggevenden worden grotendeels door deze waarden gestuurd en in beslag genomen. Organisaties verwachten van HR voornamelijk dat het de realisatie van deze economische waarden zo goed mogelijk faciliteert door de Human Resources in te kaderen ten dienste van het bedrijfsresultaat. De relatie Bedrijf  Mens is daarin grotendeels functioneel. Deze waarden vormen een stevig dwangbuis voor het gedrag van alle betrokkenen. Afwijkingen worden soms meer-, soms minder subtiel gecorrigeerd met clichés als: “Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg”, “Je moet wel realistisch blijven, “Er moet wel brood op de plank”, “We zijn geen liefdadige instelling”. Het heeft mij steeds verbaasd hoe volgzaam en risico mijdend mensen over het algemeen deze mores in stand houden. Soms lijkt het een muurvast contract dat alle partijen tot elkaar veroordeelt. De resources in “Human Resource Management” lijken voornamelijk in deze mores-mal te moeten worden gegoten.We hebben in onze cultuur nu eenmaal sinds oudsher al meer met dijken en andere beschermingen tegen de natuur dan met: water, oorspronkelijkheid, natuurlijkheid en de dingen laten gebeuren. We zijn eigenlijk als de dood voor de natuur en voor wekelijke oorspronkelijke bronnen. Daardoor lopen we het risico dat straks niemand meer weet waar resources of bronnen voor staan omdat we zo gefixeerd zijn op beddingen en beschoeiingen.

Aan de andere kant is het niet zo gek dat mensen vasthouden aan veiligheid en herhaling van onze vertrouwde succesformules en daardoor proberen gedrag in te kaderen in een bepaalde mores. Evolutionair gezien zitten er risico’s aan innovaties (als je een gestreepte vacht tussen de bosjes ziet bewegen moet je niet te lang nadenken over wat dat zou kunnen zijn of geniale ontsnappingen te proberen als: “Beam me up Scottty” In die gevallen is het beter om te kiezen voor de vertrouwde RLH methode oftewel Run Like Hell.)

Veiligheid en bewezen methoden doen het dus meestal goed in kritieke situaties waarin snel gehandeld moet worden en in massaproductie. Probleem is dat organisaties met hun doelen en deadlines vrijwel voortdurend het gevoel van een kritieke situatie in stand houden. Door het kritische karakter wordt voordurend ons sympathische zenuwstelsel geactiveerd. Dat wil, geholpen door adrenaline en nog een handje stresshormonen, maar één ding: Actie, vechten, vluchten, bloeddruk omhoog, druk, druk, druk. Jonge starters met hypotheek, auto, kinderen, verantwoordelijkheden en ambities in hun rugzak zijn maar al te graag bereid de bedrijfsmores te ondersteunen en veel (desnoods hun gezondheid) op te offeren in de verwachting van een glansrijke carrière en succes. Dat doen ze vanuit de verwachting dat dit een betere kwaliteit van leven zal geven. Zo houden mensen (en dus organisaties) zich meer bezig met de vraag hoe ze economisch succesvoller kunnen worden dan met de vraag wie ze willen zijn.
Het omgekeerde zie je weinig. Er zijn maar weinig mensen bereid of in staat om, zonder een voorafgaande crisis, salaris in te leveren voor een betere kwaliteit van leven; van zijn.

Door het industriële managementparadigma (planning, taakverdeling en controle) bestaat nog steeds de neiging om het denken aan de top over te laten en de bottom voornamelijk te laten doen. De globalisering doet daar nog een schepje bovenop omdat we bij schaalvergrotingen nog mar moeilijk afstand kunnen doen van verouderde managementparadigma’s als planning en controle. Ik mensen nogal eens klagen dat de beslissingen binnen hun bedrijf in Brussel of Amerika worden genomen, dat de lijnen langer worden en dat hun invloed afneemt. Het top down denken, de voortdurende gevoelens in een kritieke situatie te verkeren, de steeds dominantere mores stagneren inmiddels de ontwikkeling van een zich ontvouwende menselijkheid. Door deze mechanismen wordt hun authenticiteit, groei en intrinsieke waarde miskend en worden mensen beperkt tot de rol van producent/consument (of procument): hard werken, meer verdienen en consumeren.

In deze functionele relatie tussen mens en organisatie waarbij de mens ten dienste staat van economische waarden wordt de mens gezien als middel en niet als doel op zich. Op zich is dat vreemd want uiteindelijk kan het enige werkelijke bestaansrecht van een organisatie liggen in de verhoging van de kwaliteit van leven van allen die bij die organisatie zijn betrokken. De eigen medewerkers kunnen daarvan niet worden uitgesloten. Een functionele relatie kan op langere termijn niet anders dan tot teleurstellingen leiden. De verwachting van een betere kwaliteit van leven komt hierin niet uit omdat een betere kwaliteit van leven op langere termijn altijd schuilt in een betere kwaliteit van relaties met: jezelf, je werk, je dierbaren, je collega’s en je leidinggevenden.

Wat doen we dan met: differentiatie in beloning, variabele beloning, bonusdoelstellingen? Deze benadrukken allen de functionele relatie en zijn zelfs schadelijk voor de kwaliteit van relaties tussen mensen. Uiteindelijk kan het dan niet anders dan dat mensen tot de conclusie komen dat het niet om hén gaat maar om de bedrijfsresultaten en daar gaan ze iets missen. Mensen willen gezien worden. In een functionele relatie worden ze niet gezien maar bekeken. Bekeken worden reduceert mensen tot dingen. Dat is op z’n minst onbevredigend en in essentie raakt het mensen tot in hun ziel. We hebben onbewust manieren gevonden om dat niet te voelen of ons op zijn minst wat gevoellozer te maken door hobby’s, tv, internet en andere verdovingen. We noemen dat dan realistischer, zetten onze dromen en idealen in de kast en scanderen braaf de mantra “Blijf realistisch; als je gewoon doet, doe je gek genoeg”. Uiteindelijk worden we zoals Pink Floyd verwoordt “comfortly numb”.

Het lijkt soms wel op de apenval waarbij de aap wordt gevangen met een kokosnoot met een paar pinda’s erin. De aap kan wel met zijn open hand in de kokosnoot maar het gat is te klein om een vuist met pinda’s eruit te krijgen. De aap laat zich vervolgens liever vangen dan de pindá’s los te laten: “I’d rather die than change my diet”

De jongere zapgeneratie wil dynamiek, flexibiliteit, uitdaging, afwisseling, is snel afgeleid, heeft behoefte aan een goede bedding, geen keurslijf maar aandacht, belangstelling en authentieke feedback. In de functionele relaties kunnen ze hun draai niet vinden, ze hebben geen zin in pinda’s en vormen zo een boeiend vraagstuk hoe ze te binden en boeien. De ouderen kennen het functionele wijsje al. Ze weten inmiddels dat ze in het najagen van een carrière de pinda’s toch nooit te pakken krijgen en dat hun ziel intussen verhongert. Ze kijken wel uit teveel op dat niveau te investeren en gaan emotioneel wat vroeger met pensioen.

We hebben een nieuw paradigma nodig dat er vanuit deze tijd misschien net zo vreemd uit zal zien als ons huidige economische waardenstelsel in het museum van de toekomst. Niemand kan nog precies voorzien wat het zal gaan worden maar er lijken al wat contouren zichtbaar. Er ontstaat een ander bewustzijn met nieuwe vragen: Wat willen we betekenen voor de samenleving? Wat is kwaliteit van leven? Wat is mijn/onze toegevoegde waarde. Ik ben nog steeds erg benieuwd naar nieuwe HR vragen op dat gebied, heel simpel door de omkering van de vraag: “Hoe optimaliseren we de toegevoegde waarde van onze medewerkers voor de organisatie” naar “Hoe optimaliseren we de toegevoegde waarde van deze organisatie voor onze mensen”. Ofwel in Mintzbergs In_, thru- en output model: wat voor mensen halen we binnen, wat doet het bedrijfsproces met hen en hoe komen ze uit dat proces: fit, vitaal, positief, creatief, sociaal, betere mensen of anders.

Wat is duurzaam HRM? Ik ben benieuwd naar een HR evolutie van; Human Resource Development naar Human Being Development. Van Economisch gedreven mensen naar een mensgedreven economie. Zoals Covey eens als antwoord gaf op de opmerking dat zijn teksten nu toch wel common knowledge zijn: “Yes, but they are far from common practice”. Het is dus geen kwestie van “zij” de medewerkers of “zij” het management. Het is eerder het economisch paradigma en bijbehorend psychologisch contract dat tegen zijn grenzen aanloopt en aan vervanging toe is. Bij het nastreven van economische doelstellingen in een –Ik- gerichte samenleving en waardenstelsel zijn we het zicht op elkaar kwijtgeraakt. Net als de bouwers van de toren van Babel elkaar uit het zicht verloren. Al werkend en verblind door het doel van een steeds hogere toren verloren ze elkaar uit het beeld en vergaten ze hun relaties totdat ze elkaar op een gegeven moment niet meer verstonden en vertrouwen omsloeg in wantrouwen waardoor ze tenslotte niet meer in staat waren om hun het doel te realiseren. De relatie was toen de belangrijkste Kritische Succes Factor voor verdere groei en dat is het nu weer.

Volgens Arnold Cornelis (de vertraagde tijd) evolueren de sturingsmechanismen van de menselijkheid vanzelf naar communicatieve zelfsturing. Hierbij ontwikkelt het individu niet op zichzelf, niet dankzij anderen of de mores in dialoog, in relatie met ander(en). Beide groeien niet afzonderlijk maar in relatie tot elkaar. Volgens Martin Buber ís de mens zelfs relatie, anders gezegd; zonder relatie ((tot de ander(en)) zijn we geen mens. Het is niet de vraag óf deze evolutie van de menselijkheid plaats zal vinden. Het ligt in ons sociale DNA dat we daar met meer of minder tegenslagen naartoe groeien, de sociale ontwikkeling van de mens door de eeuwen heen vertoont ook dat patroon.

De vraag is hoe organisaties zo goed mogelijk in deze stroom meekomen zonder deze te stagneren. Wanneer de samenleving, en dus de arbeidsmarkt, zich in deze richting ontwikkelt kunnen organisaties het zich niet veroorloven om een evoluerende arbeidsmarkt tegen de archeologische lagen van managementfilosofieën en sturingsprincipes aan te laten lopen. We zullen ons er bewust van moeten zijn dat instituten de neiging hebben om managementparadigma’s als bewezen succesformules in deze archeologische lagen te laten stollen. Ze lopen daarmee per definitie achter op de ontwikkelende werkelijkheid, de evolutie van menselijkheid.
De sociaal ecologische consequenties van de clash tussen evoluerende en bestaande sturingsprincipes kennen we al lang, onder andere in vormen als: steeds vroegere zingevingvragen, stress, burn out, depressie en moeilijkheden met boeien en binden van mensen. Dit zijn geen niet alleen vragen van verdoolde individuen maar evengoed vragen aan het systeem.

Voor communicatieve zelfsturing is vertrouwen noodzakelijk. Stephen Covey jr. noemt het in zijn boek The speed of Trust zelfs de belangrijkste factor in Time tot Market. De recente ontwikkeling van de financiële markt drukt ons nog eens met de neus op de harde effecten van een zachte factor als vertrouwen. (De Toren van Babel wegens succes herhaald.) Het lijkt in de ontwikkelingsgang van de mens van –Ik- gericht naar een verlichte –Wij- gerichtheid onvermijdelijk dat de kwaliteit van relaties de belangrijkste onderscheidende organisatiecompetentie gaat worden.

Voor HR roept dat interessante vragen op als: Wat draagt bij aan intern vertrouwen, hoe optimaliseren we de interne relaties en de betekenis van de mens, welke criteria vergroten de toegevoegde waarde van de organisatie voor de mensheid en welke HR instrumenten dragen daartoe bij. Een grote valkuil of uitdaging daarbij is dat relatie een voudig is! De vraag is of relatie daarmee stuurbaar is. Het is een relatief autonoom proces in die zin dat het zich afhankelijk en onafhankelijk van die partijen ontwikkelt. In het geval van twee partijen blijkt er dus nog een verborgen derde partij de ontwikkeling van relaties te bepalen. Dat is met Arnold Cornelis in gedachten ook denkbaar omdat wij ons de evoluerende menselijkheid en relatie bewust worden zowel dankzij als ondanks de betrokken partijen. Daarmee zit er voor HR een levensgroot risico en beperking in een instrumentele benadering van de ontwikkeling van relaties. Mensen in organisaties hebben elkaar in hun evolutie keihard nodig om, in communicatieve zelfsturing, hun ontwikkelende relatie te ontdekken en te helpen ontwikkelen. Een werkelijke dialoog kan helpen om de patronen van de evolutie bewust te worden. Met elkaar zijn we in staat de bladeren van het terras waarop we ons bevinden voorzichtig weg te blazen om het mozaïek daaronder te ontdekken. Ieder van ons heeft zijn eigen tegel maar ontdekt de betekenis daarvan pas in het verband met de andere tegels.

De mens heeft de potentie en de belofte in zich om de wereld te verbeteren en dat wordt tijd ook. Het wordt tijd de pinda’s los te laten, onze handen uit de kokosnoot halen en ze te gebruiken waar ze voor bedoeld zijn.

Is a dream a lie if it doesn’t come true or is it something worse.
(Bruce Springsteen; The River)
Download de_apenval.pdf


By on 12:19
Omgekeerde wereld

Dit is mijn reactie op “Mismatch dreigt, Generatie Y is anders”.

Organisaties staan voortdurend voor de uitdaging om goed te matchen met een uiterst dynamische arbeidsmarkt. In die markt zijn waarden, normen, overtuigingen, mens- en organisatiebeelden en drijfveren voortdurend in ontwikkeling.

Managementsysttemen en culturen binnen organisaties ontwikkelen zich op een andere manier:

1. De vertaling van organisatiebehoefen naar managementsystemen kost tijd en hebben eerder de neiging om zich, tegen weerstanden in, te installeren dan gevoelig te zijn voor signalen van de gebruikers. Daardoor zijn die systemen, tegen de tijd dat ze eenmaal zijn geïnstallerd, makkelijk verouderd ten opzichte van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

2. De besluitvorming over hoe en welke systemen nodig zijn vindt plaats in een politiek krachtenveld en te vaak nog in de top van de organisatie. Daardoor zijn de systemen vaak eerder cosmetisch van aard dan dat ze aansluiten bij de werkelijke behoeften van de organisatie.

3. De ontwikkeling van systemen vindt vaak nog teveel plaats binnen de locale rationaliteit van organisaties. Wat daar geldt, geldt echter nog niet voor de hele wereld.

Organisaties hebben door bovengenoemde oorzaken vaak de illusie dat ze mensen kunnen zoeken die passen bij hun cultuur zonder dat ze in de gaten hebben hoe ver hun cultuur, managementsystemen en managementstijlen afwijken van wat gangbaar is in de samenleving en op de arbeidsmarkt.

Vervolgens vragen organisaties zich af waarom ze geen mensen kunnen vinden die “passen in de organisatie”.
Misschien is het effectiever om het probleem eens om te draaien. Zie ook http://oldhoffnetwork.web-log.nl/

2 June 2009
By on 11:41
Mismatch dreigt generatie Y is anders

Uit Gids Online.

Grote bedrijven en organisaties vissen in dezelfde vijver met jong, hoogopgeleid talent. Het aantrekken van talentvolle, pas afgestudeerden is een voorwaarde om te overleven op een verkrappende arbeidsmarkt. Traineeships moeten jong talent over de streep trekken in deze ‘war on talent’. Jammer genoeg mislukt dit te vaak. Dat blijkt uit dit journalistieke artikel van Jac. Jansen. Veel grote organisaties tuigen een traineeship op om aanstormend talent in te lijven: een leer/werkprogramma waarin de nieuwkomeling de organisatie breed leert kennen, de cultuur proeft, een netwerk en een portfolio opbouwt en leert focussen op wat bij hem of haar past. Met als gewenst resultaat de gedachte: aan deze organisatie wil ik mij wel een tijdlang verbinden.

De praktijk contrasteert helaas te vaak met dit doel, zo blijkt uit recent onderzoek door Twynstra Gudde. De onderzoekers constateren een mismatch tussen wat organisaties willen met hun traineeships en wat ze ermee bereiken. Ook gaapt er vaak een kloof tussen wat trainees verwachten en wat ze daadwerkelijk krijgen.

€ 20.000 per trainee per jaar
Zonde, want het intern opleiden van jong talent kost gemiddeld € 20.000 per trainee per jaar, exclusief werving, salaris en HR-kosten. Negen op de tien starters verlaat zijn eerste baas binnen twee jaar, zegt ander onderzoek. Dat zegt niets over de uitstroom van trainees, maar wel over (het algemene gebrek aan) binding met de eerste werkgever.

De afstand tussen wens en realiteit heeft diverse oorzaken. Het begint ermee dat een organisatie wel bedenkt dát een traineeship nodig is maar verzuimt na te gaan welk type mensen nodig is. Of dat de werkpraktijk bleekjes afsteekt bij de spannende advertentie die mensen moet aantrekken. Of het binnenhalen is wel succesvol, maar daarna blijkt men niet toegerust op het managen van het jonge talent.

Ook bij de trainees gaat geregeld iets mis. Zij komen niet altijd op een specifieke organisatie af maar vinden vooral het aangeboden traineeship aanlokkelijk. Terwijl ze de definitieve baankeuze voor zich uitschuiven, doen ze praktijkervaring op en verdienen ze geld – dat ziet er aanlokkelijk uit.

Generatiekloof
‘Door de bril van veertigers en vijftigers lijken de jongeren van ‘generatie Y’ al snel verwend en over-kritisch.’ Dat zegt Ingrid Visser, directeur van Adviestalent, een extern traineeship-bureau, zelfstandige dochter van Twynstra Gudde.

‘Wij kregen indertijd naast onze studie een cursus “hoe vraag je een uitkering aan”. De jonge mensen van tegenwoordig zijn gewild en komen terecht in een wereld met enorm veel keuzemogelijkheden. Ze zijn meestal bereid hard te werken, ambitieus, perfectionistisch en zelfbewust. Het probleem zit niet zozeer in de jongeren maar in de generatiekloof. Nemen oudere en ervaren collega’s hen wel serieus? Begrijpen we dat wij ook iets van hen kunnen leren? Een open houding brengt beide groepen het verst. Zij willen meestal graag een goede mentor die hen in zijn ervaring laat delen. Wij moeten hen niet pamperen maar juist eigen verantwoordelijkheid leren dragen en daarmee de ruimte geven.’

Streng
Joost Jolink was betrokken bij het Twynstra Gudde-onderzoek. Sinds 1 januari is hij manager Starters Recruitment & Programma’s bij Nuon. Jolink: ‘Nuon trainees krijgen gedurende de twee jaar van het traineeship intensieve begeleiding en opleiding. Werken is echt werken: de projecten van de trainees dragen bij aan de bedrijfsvoering.’

In het nieuwe boek Jongleren met talent van Joost Jolink, Fritz Korten en Thomas Verhiel schetsen de auteurs onder veel meer de oorzaken van geldverslindend talentmismanagement. Zij geven voorbeelden uit de praktijk. Het boek vormde de aanleiding tot dit artikel.

Mijn reactie staat onder omgekeerde wereld.


By on 11:39
Busschauffeur

Dit weekend had ik eindelijk tijd voor de krant van 23 mei met daarin een prachtig stuk over het boek Achter Klapdeuren van Robert Post: http://www.doussac.com/UN%20Interview.pdf

Vanuit een bijzonder optimistisch vertrekpunt wilde hij als buschauffeur de wereld van zijn passagiers een beetje zonniger inkleuren. Helaas eindigt het artikel wat in mineur. Na een bijzonder vervelende ervaring lijkt Robert het hoofd in de schoot te leggen en zich aan te passen aan een grijs systeem. Dat vind ik dan een verlies aan Human Resources.

Eens hoorde ik van een spirituele wereldopvatting waarin mensen worden gezien als engelen die naar de aarde zijn gestuurd met een opdracht. Niet alle engelen zijn even succesvol. Sommigen vergeten hun opdracht bij de overgang naar de wereld. Anderen blijven levenslang op zoek. Weer anderen vallen voor allerlei verleidingen als status, geld, macht, hedonisme of verdwalen in een economisch of ander systeem. Sommigen weten hun opdracht nog wel maar geven de moed op of durven niet (meer). In deze opvatting zijn al deze engelen niettemin helden omdat ze op zijn minst eens op weg zijn gegaan.

Ik vraag me af wat bedrijven, en in dit geval Connexion, doet om deze Angel Resources te ondersteunen en ontwikkelen als bedrijfscompetentie en positieve invloed op de samenleving. Wie weet kunnen we dan binnenkort een term als ARM aan de dikke van Dale toevoegen

Ik vond gelukkig nog een radiointerview waar Robert er beter voor lijkt te staan.
radiointerview

Nu het boek nog.


By on 09:52
Passen organisaties nog wel bij de arbeidsmarkt?

IN 2008 plaatste ik dit artikel op de Managementsite.

Organisaties kampen met: ongeïnteresseerde sollicitanten, verloop, stress, gebrek aan motivatie en betrokkenheid, midlife-, quarterlife crises. Wat zegt dat over die organisaties? Motivatie en betrokkenheid zegt iets over de betrokkene en hetgeen waar die zich betrokken bij zou moeten voelen. Wat bieden organisaties op dit vlak behalve vakinhoudelijke uitdaging, cariere, succes en misschien een aantal leuke dingen voor de mens. Gaat de arbeidsmarkt hier nog voor? Zoeken mensen naar iets wat meer zin en betekenis biedt dan dat? Wat zoeken ze dan? Hoe beleven mensen hun relaties binnen hun organisaties? Hoe belangrijk is dat? Hoe weten we dat? Managen we nog steeds teveel op oude paradigma”s als planning & controll? Is het tijd om het HR instrumentarium en de rol van HR te heroverwegen en herijken en proberen te begrijpen wat die humans onder de resources precies zoeken en nodig hebben?


By on 09:10
Multiperspectief

Ik krijg inmiddels van meerdere kanten interessante respons omdat ik deze vraag, naast mijn weblog, op meerdere platvorms heb neergelegd. Dat maakt het moeilijk voor geïnteresseerden om de volledige discussie te volgen.

Ik zou daarom iedereen willlen vragen:
1. om je reacties ook te copy/pasten naar mijn weblog.
2. om mensen waarvan je denkt dat die hier vragen over hebben of iets te melden hebben uit te nodigen naar deze discussie. Dat kunnen zijn: (bedrijfs)artsen, GGZ mensen, HRM ers, Lijnmanagers, leidinggevenden, mensen van de vloer etc.

Ik zoek naar een multiperspectief op deze uitdaging. Het ziet ernaar uit dat er binnenkort voldoende belangstelling is om de discussie off line in een workshop o.i.d. voort te zetten.

30 May 2009
By on 07:48
Duurzaam HRM

Duurzaam HRM

Er wordt al veel gezegd en geschreven wordt over duurzaamheid en Maatschappelijk verantwoord Ondernemen (MVO) en de drie P-peilers: People, Planet, Profit. Ik wil hier de P van People uitwerken en specifiek die van Personeel en de rol van HRM daarin.

Als we HRM beoordelen aan de hand van drie hierna beschreven leidende principes ontstaat een, anders dan het gebruikelijke functionele, verantwoordelijkheidsgebied voor HRM en de rollen en verantwoordelijkheden van management en leidinggevenden.

Principe 1:

Human Resources zijn niet allen hoofden en handen van mensen. Human Resources zijn menselijke energiebronnen als: De gedrevenheid tot zelfexpressie en de behoefte om ergens bij te horen, gezien te worden en om samen met- en voor anderen iets te betekenen. Daaruit volgen andere Resources als passie, creativiteit, doorzettingsvermogen etc.

Principe 2:

Mensen ondergaan in hun loopbaan tussen aanstelling en ontslag een proces wat iets doet met hun resources. Management en leidinggevenden zijn (mede) verantwoordelijk voor de kwaliteit en de positieve en negatieve effecten van dat proces.

Principe 3:

Een duurzaam bestaansrecht van organisaties is gebaseerd op het vergroten van de kwaliteit van leven. Dat legitimeert het maken van winst. Het vergroten van de kwaliteit van bestaan van de eigen medewerkers garandeert de betrokkenheid van die medewerkers. In plaats van de functionele vraag: “Hoe vergroten we de toegevoegde waarde van de medewerker voor de organisatie?” zouden organisaties zich de vraag kunnen stellen: “Wat is de toegevoegde waarde van de organisatie voor de medewerker?”

Wat gebeurt er als je op die manier de effectiviteit van het HR beleid en instrumentarium op die resources beoordeelt? Stelt uw organisatie mensen in staat tot zelfexpressie en tot expressie van hun mens zijn? Stelt uw organisatie mensen in staat om samen met- en voor anderen iets te betekenen? Ervaren de mensen in uw organisatie de zin van hun werk? Voelen mensen zich gezien? Voelen mensen dat ze iets bijdragen aan de samenleving? Stelt uw bedrijf mensen in staat tot werkelijke zinvolle contacten of liggen de accenten op het halen van resultaten? Worden mensen door hun verblijf in uw organisatie betere mensen? Hoeveel investeert uw bedrijf in zinvolle en betekenisvolle rollen, taken opleiding en ontwikkeling voor oudere medewerkers?

Kijken naar HR, management en leiding geven op deze manier heeft een aantal praktische consequenties:
Werven en selecteren we voor een functie of competentieprofiel of voor een breed scala aan taken en rollen die binnen een organisatie kunnen worden vervuld?
Beoordelen we op SMART gedefinieerde taken of op een algehele waarde voor de organisatie? Stimuleren we specialisatie of juist taak- en rolvariëteit? Welke invloed heeft schaalvergroting en globalisering op gevoelens van authenticiteit en oorspronkelijkheid en gevoel van betekenis en zingeving in tegenstelling tot anonimiteit, machteloosheid. Belonen we oorspronkelijkheid, originaliteit het nemen van risico’s of uniformiteit en aanpassing?

Ik heb geen pasklare oplossingen. Die zullen per organisatie ook te verschillend zijn en we kunnen op dit moment nog niet de uitwerking van een duurzaam HR voorzien omdat het er volgens mij nog onvoldoende is. Het lijkt mij wel duidelijk dat het er zal komen en er zijn al goede voorbeelden. De samenleving ontwikkelt zich nu eenmaal door de eeuwen heen naar meer menselijkheid.

Aan de andere kant worden er in die evolutie fouten gemaakt waarvan we kunnen leren. Een van die fouten is de opvatting van de organisatie als een machine en de mens als functionaliteit of middel daarin. Daarvan hebben we geprofiteerd in de industriële revolutie door steeds efficientere productiemethoden.

Een tweede fout is de organisatie alleen te zien als een middel tot winst in plaats van een samenwerkingsverband van mensen die voor- en met anderen iets voor de samenleving willen betekenen. Dat heeft ons grote welvaart opgeleverd, vaak ten koste van welzijn.

De fout van beide fasen was een verspilling van Human Resources in de vorm van ziekteverzuim, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en groepen mensen die de aansluiting bij de arbeidsmarkt niet kunnen vinden. Positief geformuleerd bestaat er binnen organisaties een groot onbenut potentieel aan resources. De vraag is of de arbeidsmarkt zich nog in een oude moraal kan en wil voegen of dat we ons kunnen richten op iets beters. Kunnen we ons humanitair en financieel de verspilling nog wel veroorloven?

Positiever geformuleerd valt er misschien meer uit organisaties en mensen te halen dan op basis van de principes uit de twee voornoemde fases? Moeten we de verspilling van Human Resources niet alleen terugdringen maar ons ook ertoe zetten om die resources tot expressie brengen. Naar mijn overtuiging hebben organisaties die duurzame verantwoordelijkheid voor de samenleving. De vraag is of organisaties die verantwoordelijkheid ook willen nemen.

Ik wil hier graag on-line over in gesprek dus als je hier iets van vindt reageer gerust.
Bij voldoende belangstelling wil ik de mogelijkhedenvoor een off-line brainstorm onderzoeken.

Download duurzaam_hrm.pdf

26 May 2009
By on 12:25